Huurtoeslag Berekenen 2026: Bedrag en Voorwaarden

Huurtoeslag berekenen voor 2026

Bereken de maandelijkse huurtoeslag uit kale huur, huishouden en rekeninkomen en controleer de vermogensgrenzen die het recht voor heel 2026 kunnen uitsluiten.

Huur, huishouden en inkomen

Zonder servicekosten, gas, water en licht.
Stand op 1 januari 2026.

De huur wordt in drie vergoedingsdelen gesplitst

Vanaf 2026 is de basishuur niet meer afhankelijk van het inkomen. Een eenpersoonshuishouden betaalt eerst € 202,52 zelf; bij twee of meer personen is dat € 200,71. Het deel tussen de basishuur en de kwaliteitskortingsgrens van € 498,20 wordt voor 100% vergoed. Daarna geldt 65% tot de aftoppingsgrens en 40% boven die grens tot maximaal € 932,93.

Huurtoeslag per maand = deel A + deel B + deel C − inkomenscorrectie. Deel A is 100%, deel B 65% en deel C 40%. Een negatieve uitkomst wordt nul; het uiteindelijke maandbedrag wordt volgens de 2026-handleiding naar beneden afgerond op hele euro’s.

Voor één of twee personen is de aftoppingsgrens € 713,02. Voor drie of meer personen is die € 764,14. Een huishouden waarin iedereen 18 tot en met 20 jaar is, gebruikt de jongerenhuurgrens van € 498,20; daardoor bestaan alleen het 100%-deel en een eventuele inkomenscorrectie. Woont er iemand van 21 jaar of ouder, of geldt een uitzondering wegens kind of handicap, dan hoort het huishouden bij de hogere grens.

Rekenvoorbeeld van € 710 kale huur

Een alleenstaande van 69 jaar met € 710 kale huur en € 29.000 rekeninkomen krijgt deel A van € 295,68. Het deel van € 498,20 tot € 710 is € 211,80; daarvan is 65% gelijk aan € 137,67. Deel C is nul omdat de huur onder € 713,02 blijft. De inkomenscorrectie is (€ 29.000 − € 23.425) × 27% ÷ 12 = € 125,44. De uitkomst is € 307,91 en wordt € 307 per maand.

Voorbeeld met drie bewoners en huur boven de grens

Neem een gezin van drie personen met € 1.200 kale maandhuur en samen € 34.000 rekeninkomen. Voor de formule wordt de huur eerst begrensd op € 932,93. Deel A is € 498,20 min de basishuur van € 200,71: € 297,49. Deel B loopt van € 498,20 tot de hogere aftoppingsgrens van € 764,14. Dat verschil van € 265,94 levert tegen 65% een vergoeding van € 172,86 op. Over de resterende € 168,79 tot € 932,93 ontstaat deel C van € 67,51. Omdat het inkomen € 2.500 boven het meerpersoonsijkpunt ligt, is de maandelijkse correctie € 2.500 × 22% ÷ 12 = € 45,83. Samen is dat € 492,03, dus € 492 na afronding. De € 267,07 huur boven de rekenhuurgrens blijft volledig voor eigen rekening.

Een jongere krijgt niet automatisch het maximale bedrag

Bij een alleenwonende huurder van 20 jaar wordt maximaal € 498,20 huur gebruikt. Bij € 600 kale huur en € 22.000 inkomen is deel A € 498,20 − € 202,52 = € 295,68 en is de inkomenscorrectie nul. De schatting wordt dan € 295 per maand. Heeft dezelfde jongere € 28.000 rekeninkomen, dan wordt ook hier boven € 23.425 afgebouwd: € 4.575 × 27% ÷ 12 is € 102,94 per maand. De uitkomst daalt naar € 192 na afronding. De jongerengrens beperkt dus de huurvergoeding, maar schakelt de inkomenstoets niet uit.

Hogere huur kan vanaf 2026 toch recht geven

De maximale huur is vanaf 2026 geen toegangspoort meer. Een huurder met € 1.200 kale huur kan dus huurtoeslag krijgen wanneer de andere voorwaarden zijn vervuld. Voor de hoogte wordt de rekenhuur wel afgetopt op € 932,93, of op € 498,20 bij een jongerenhuishouden. Over iedere euro boven die grens ontstaat geen extra toeslag.

Servicekosten tellen vanaf 2026 niet meer mee. Gebruik dus de kale huur uit het contract of de brief over de huurverhoging. Bij all-in huur moet de verhuurder het bedrag splitsen voordat je een betrouwbare berekening kunt maken. Voor een woonwagen mag de huur van de standplaats bij de huur van de woonwagen worden opgeteld.

De inkomenscorrectie loopt lineair

Bij één persoon begint de afbouw boven € 23.425 rekeninkomen en bedraagt zij 27% van het jaarinkomen boven dat ijkpunt, gedeeld door twaalf. Bij twee of meer personen begint de afbouw boven € 31.500 en is het percentage 22%. Er is daardoor geen enkele vaste maximale inkomensgrens: het punt waarop de toeslag nul wordt hangt af van huur, huishouden en de opgebouwde delen A, B en C.

Het rekeninkomen is de som van de toetsingsinkomens van aanvrager, toeslagpartner en medebewoners. Voor inwonende kinderen die aan het begin van 2026 jonger zijn dan 23 jaar telt alleen het inkomen boven € 6.218 per kind mee. Inkomen van een echte onderhuurder en diens huishouden telt onder voorwaarden niet mee. Negatieve inkomens worden met positieve inkomens gesaldeerd, met minimaal nul als totaal.

Zo maak je een bruikbare inkomensschatting

Neem niet alleen twaalf keer het nettoloon. Het toetsingsinkomen sluit in de praktijk aan bij het verzamelinkomen uit de aangifte inkomstenbelasting of, wanneer er geen aangifte is, het belastbare loon op de jaaropgave. Vakantiegeld, een dertiende maand, bonus, uitkering, pensioen en belastbare inkomsten uit een onderneming kunnen het bedrag verhogen. Aftrekposten kunnen het verzamelinkomen juist verlagen. Wie nog geen jaaropgave voor 2026 heeft, kan het verwachte bruto belastbare jaarloon uit de salarisstrook gebruiken en bekende extra inkomsten toevoegen. Doe dat voor iedere meetellende bewoner afzonderlijk en pas daarna de vrijstelling voor een inwonend kind toe.

Een kleine veiligheidsmarge is verstandig wanneer uren, winst of bonus onzeker zijn. Bereken bijvoorbeeld eenmaal met het meest waarschijnlijke jaarinkomen en eenmaal met € 2.000 extra. Bij één persoon verlaagt € 2.000 extra inkomen boven het ijkpunt de maandtoeslag met ongeveer € 45; bij een meerpersoonshuishouden is dat ongeveer € 36,67. Zo zie je welk bedrag je beter niet direct aan vaste lasten kunt besteden. Wijzigt het verwachte inkomen, geef de nieuwe schatting zo snel mogelijk door om een grote terugbetaling na de definitieve berekening te beperken.

Vermogen en woningvoorwaarden kunnen de hele uitkomst blokkeren

Vermogen wordt op 1 januari bekeken

Een alleenstaande aanvrager mag op 1 januari 2026 maximaal € 38.479 relevant vermogen hebben. Met toeslagpartner is de gezamenlijke grens € 76.958. Iedere medebewoner heeft afzonderlijk een grens van € 38.479. Eén medebewoner met € 50.000 kan het recht dus uitsluiten, ook wanneer de aanvrager zelf weinig spaargeld heeft. Buitenlands vermogen en groene beleggingen tellen voor deze vermogenstoets mee.

De invoer voor medebewoners vraagt om het hoogste individuele vermogen. Hebben meerdere medebewoners ieder een vermogen onder de grens, dan tel je die bedragen niet automatisch bij elkaar op voor deze individuele toets. Een toeslagpartner wordt wel samen met de aanvrager beoordeeld. Bij wijzigingen gedurende het jaar kunnen regels over wie het hele jaar meetelt nadere beoordeling vragen.

Let op de peildatum en de eigenaar van het vermogen

Voor de vermogensgrens telt de situatie op 1 januari zwaar. Een latere daling door de aankoop van een auto of een grote verbouwing herstelt het recht over 2026 doorgaans niet wanneer het relevante vermogen op de peildatum al te hoog was. Andersom leidt spaargeld dat pas later in het jaar boven de grens komt niet automatisch tot verlies van de toeslag voor datzelfde jaar. Beoordeel bank- en beleggingsrekeningen, een tweede woning en vermogen in het buitenland bij de persoon aan wie ze fiscaal worden toegerekend. De overwaarde van de eigen hoofdwoning valt normaal niet in box 3, maar een verhuurde woning of vakantiewoning kan wel relevant zijn.

Een zelfstandige woonruimte heeft eigen toegang en voorzieningen

Huurtoeslag is meestal gekoppeld aan een zelfstandige woning met een eigen toegangsdeur die op slot kan en met eigen woonruimte, keuken en toilet. Voor aangewezen onzelfstandige woonruimten bestaan uitzonderingen. Een kamer in een gewone studentenwoning voldoet niet automatisch. Controleer bij twijfel de aanwijzing van het gebouw of de woning voordat je het rekenbedrag in een maandbudget opneemt.

Veranderingen tijdens het jaar vragen om een nieuwe berekening

Een verhuizing, samenwoning, scheiding, geboorte, vertrek van een medebewoner of verandering van kale huur kan het bedrag per maand wijzigen. Maak in zo’n geval geen simpele jaarberekening van twaalf keer de nieuwe uitkomst. Noteer per maand welke huur en huishoudsituatie geldt, bereken beide perioden apart en vergelijk dat met de voorschotten die al zijn ontvangen. Bij een jaarlijkse huurverhoging vanaf juli voer je bijvoorbeeld eerst de oude kale huur en daarna de nieuwe kale huur in. Een extra euro huur levert alleen een extra euro deel A op wanneer die euro tussen basishuur en € 498,20 valt; in de hogere schijven is de marginale vergoeding 65 of 40 cent en boven € 932,93 nul.

Geef huur en inkomen afzonderlijk door. Een huurverhoging verhoogt de berekening niet één op één, omdat slechts 65% of 40% van hogere delen wordt vergoed. Een inkomensstijging verlaagt het bedrag via de lineaire correctie. Pas beide gegevens aan wanneer ze in hetzelfde jaar veranderen.

Grenzen en percentages voor 2026

Onderdeel1 persoon2 personen3 of meer
Basishuur€ 202,52€ 200,71€ 200,71
Kwaliteitskortingsgrens€ 498,20€ 498,20€ 498,20
Aftoppingsgrens€ 713,02€ 713,02€ 764,14
Volledige huurgrens€ 932,93€ 932,93€ 932,93
Inkomensijkpunt€ 23.425€ 31.500€ 31.500
Afbouwpercentage27%22%22%

Voor een jongerenhuishouden is de rekenhuur maximaal € 498,20. De basishuur blijft afhankelijk van één of meerdere personen. Bij een inwonend kind of handicap kan een uitzondering op de jongerenbeperking gelden; kies dan de passende gewone huishoudcategorie en controleer de voorwaarden in Mijn toeslagen.

Veelgestelde vragen over huurtoeslag

Kan ik huurtoeslag krijgen bij € 1.000 kale huur?

Vanaf 2026 kan een hoge huur het recht niet meer op zichzelf uitsluiten. De berekening gebruikt maximaal € 932,93 voor een gewoon huishouden. Inkomen, vermogen, huishouden en woningvoorwaarden moeten nog wel passen.

Tellen servicekosten nog mee?

Nee, vanaf 2026 telt alleen de kale huur als rekenhuur. Gebruik geen schoonmaak-, energie- of huismeesterkosten in het huurveld. Vraag bij all-in huur om een splitsing.

Waarom is er geen algemene inkomensgrens?

De toeslag wordt vanaf het ijkpunt lineair afgebouwd. Een hoge kale huur bouwt eerst meer A-, B- en C-vergoeding op dan een lage huur, zodat het inkomen waarbij de totale uitkomst nul wordt per situatie verschilt.

Telt het bijbaaninkomen van mijn kind mee?

Voor een inwonend kind dat bij het begin van 2026 jonger is dan 23 jaar blijft € 6.218 van het jaarinkomen buiten beschouwing. Alleen het meerdere telt mee. In het jaar waarin het kind 23 wordt, geldt de vrijstelling nog dat hele jaar.

Wat als één medebewoner te veel vermogen heeft?

Een medebewoner boven € 38.479 op 1 januari 2026 kan het recht voor het hele jaar uitsluiten. Een echte onderhuurder kan buiten het huishouden vallen, maar daarvoor gelden voorwaarden en bewijs. Controleer de registratie in Mijn toeslagen.

References

  1. Dienst Toeslagen. (2026). Berekening huurtoeslag 2026.
  2. Dienst Toeslagen. (2026). Huurtoeslag verandert vanaf 2026.
  3. Dienst Toeslagen. (2026). Wat telt mee bij de huur voor de huurtoeslag?
Scroll naar boven