Percentage Berekenen | Bereken Snel Elk Percentage

Percentage berekenen

Kies eerst welke procentvraag je hebt: een percentage van een bedrag, de verhouding tussen twee getallen, een procentuele verandering of het oorspronkelijke getal.

Welke berekening wil je maken?

Een komma of punt als decimaalteken is toegestaan.
Negatieve getallen zijn mogelijk als de context dat vraagt.

Begin bij de vraag, niet bij het procentteken

Veel fouten ontstaan doordat dezelfde drie woorden terugkomen—deel, totaal en percentage—maar ze in iedere vraag een andere rol hebben. “Hoeveel is 15% van € 80?” vraagt om een bedrag. “€ 12 is hoeveel procent van € 80?” vraagt juist om het percentage. En “de prijs ging van € 80 naar € 92” vraagt om de verandering ten opzichte van het oude bedrag. De getallen lijken op elkaar, maar delen en vermenigvuldigen staan niet in dezelfde volgorde.

Een deel uitrekenen

Zet het percentage om naar een decimaal getal en vermenigvuldig met het totaal. Voor 15% van 80 wordt dat 0,15 × 80 = 12.

Een verhouding vinden

Deel het deel door het totaal en vermenigvuldig met 100. Twaalf van de tachtig is 12 ÷ 80 × 100 = 15%.

Een verandering vergelijken

Trek oud van nieuw af en deel het verschil door oud. Van 80 naar 92 is (92 − 80) ÷ 80 × 100 = 15% stijging.

Waarom 10% gemakkelijk als controle werkt

Tien procent is een tiende. Van € 250 is dat € 25. Eén procent is vervolgens € 2,50 en twintig procent is € 50. Met zulke ankerwaarden controleer je een uitkomst snel. Als een calculator zegt dat 21% van € 250 gelijk is aan € 525, weet je zonder uitgebreide herberekening dat de komma verkeerd staat. De correcte waarde is € 52,50: iets meer dan twee keer de tienprocentwaarde.

Ook percentages boven 100 zijn geldig. Honderdvijftig procent van 40 is 60. Dat betekent anderhalf keer de basis, niet een onmogelijke verhouding. Een negatief percentage kan een afname of tegenboeking beschrijven, maar benoem in een rapport liever duidelijk of het om een daling, rendement of correctie gaat. Het teken alleen vertelt de lezer niet welke vergelijking is gemaakt.

Percentage tussen twee getallen: kies de juiste noemer

Bij “percentage tussen twee getallen berekenen” ontbreekt vaak de belangrijkste informatie: welk getal is de basis? Een omzetgroei van januari naar februari gebruikt januari als noemer, omdat januari het uitgangspunt is. Draai je de maanden om, dan krijg je een ander percentage. Van 100 naar 120 is 20% groei. Van 120 terug naar 100 is een daling van 16,67%, want het verschil van 20 wordt nu gedeeld door 120.

Procentuele verandering is niet hetzelfde als procentpunt

Stijgt een rente van 2% naar 3%, dan is het verschil 1 procentpunt. Relatief is de rente met 50% gestegen: 1 gedeeld door de oude 2, maal 100. Voor enquêtes, belastingtarieven en marktaandelen is dit onderscheid belangrijk. Schrijf “procentpunt” wanneer je twee percentages rechtstreeks van elkaar aftrekt en “procent” wanneer je de relatieve verandering bedoelt.

Vier veelgebruikte procentformules met hetzelfde idee van basis en deel
VraagFormuleVoorbeeld
p% van getalp ÷ 100 × basis8% van 350 = 28
deel als percentagedeel ÷ totaal × 10042 van 50 = 84%
stijging of daling(nieuw − oud) ÷ oud × 100200 naar 170 = −15%
oude waarde terugvindennieuwe waarde ÷ (1 + p ÷ 100)€ 121 na 21% stijging kwam van € 100

De omgekeerde berekening verdient extra aandacht. Na 20% korting betaal je 80% van de oorspronkelijke prijs. Deel de aanbiedingsprijs dus door 0,80. Trek niet nog eens 20% van de aanbiedingsprijs af; daarmee bereken je een tweede korting over een lagere basis. Hetzelfde geldt bij een bedrag inclusief opslag: na 21% verhoging deel je door 1,21 om de oorspronkelijke waarde terug te vinden.

Zo gebruik je percentages bij geld, cijfers en Excel

Rond pas af wanneer de betekenis dat vraagt

Voor een schoolcijfer kan één decimaal voldoende zijn, terwijl een renteberekening intern meer decimalen nodig heeft. Rond je een tussenstap te vroeg af, dan kan de einduitkomst afwijken. Deze pagina rekent met de volledige JavaScript-waarde en rondt alleen de getoonde uitkomst af op maximaal vier decimalen. Bij geld rond je uiteindelijk meestal af op centen; bij aantallen personen kan een heel aantal logischer zijn.

Let ook op opeenvolgende percentages. Eerst 10% stijging en daarna 10% daling brengt een bedrag niet terug op het begin. Honderd wordt eerst 110 en daarna 99, omdat de tweede 10% over 110 wordt berekend. Wil je meerdere wijzigingen combineren, werk dan met factoren: 1,10 × 0,90 = 0,99. Het totale effect is dus −1%.

Percentage berekenen in Excel

In Excel kun je voor “deel van totaal” bijvoorbeeld =B2/C2 gebruiken en de uitkomstcel als percentage opmaken. Excel bewaart 15% als 0,15. Typ je eerst het getal 15 en zet je daarna procentopmaak aan, dan kan 1500% verschijnen. Voor een verandering van oud in B2 naar nieuw in C2 gebruik je =(C2-B2)/B2. Zet een absolute verwijzing met dollartekens wanneer alle rijen hetzelfde totaal gebruiken, bijvoorbeeld =B2/$B$20.

Controleer een nul als basis. Een deel door nul en een procentuele verandering vanaf nul zijn niet gedefinieerd. Van nul verkopen naar tien verkopen is een toename van tien stuks, maar er bestaat geen eindig groeipercentage omdat er geen oude basis was om mee te vergelijken.

Communiceer de basis naast het percentage

“30% van de klanten” is pas controleerbaar wanneer het aantal klanten duidelijk is. Dertig procent van tien is drie; dertig procent van tienduizend is drieduizend. Noem bij dashboards en offertes daarom zowel teller als noemer of vermeld het absolute verschil. Een groot percentage kan uit een heel klein uitgangspunt komen, terwijl een klein percentage op een groot totaal financieel veel kan betekenen.

Tel percentages uit verschillende groepen niet zomaar op

Stel dat in een kleine vestiging 8 van de 10 bestellingen op tijd zijn en in een grote vestiging 60 van de 100. De percentages zijn 80% en 60%. Het gewone gemiddelde daarvan is 70%, maar voor alle bestellingen samen zijn 68 van de 110 op tijd: ongeveer 61,82%. De groepsgroottes moeten dus als gewicht meetellen. Dit heet een gewogen percentage. Tel eerst alle delen en alle totalen op en deel daarna, tenzij iedere groep bewust even zwaar moet wegen.

Hetzelfde probleem komt voor bij slagingspercentages, rendementen en foutpercentages. Een maand met weinig transacties kan een extreem percentage hebben zonder veel invloed op het jaarresultaat. Bewaar daarom de onderliggende aantallen. Alleen een rij percentages middelen kan een overtuigend maar fout totaal opleveren.

Marge en opslag gebruiken een andere basis

Een product kost € 80 en wordt voor € 100 verkocht. De opslag op de kostprijs is 25%, want € 20 winst gedeeld door € 80 kostprijs is 0,25. De winstmarge op de verkoopprijs is 20%, want dezelfde € 20 wordt nu gedeeld door € 100 omzet. Beide uitspraken zijn correct, maar ze beantwoorden een andere vraag. Schrijf bij zakelijke berekeningen dus expliciet of het percentage ten opzichte van kostprijs of verkoopprijs is genomen.

Wil je vanuit een gewenste marge de verkoopprijs vinden, dan deel je de kostprijs door 1 min het margepercentage. Bij 20% marge wordt dat € 80 ÷ 0,80 = € 100. Kostprijs plus 20% zou slechts € 96 geven; daarop is de marge 16,67%. Deze omkering lijkt op het terugvinden van een prijs vóór korting: de overblijvende factor staat in de noemer.

Een afgerond percentage kan aantallen verbergen

Bij drie van zeven is de exacte verhouding een repeterend getal: 42,857142…%. Eén decimaal geeft 42,9%. Dat is geschikt voor een korte rapportage, maar niet om het oorspronkelijke aantal exact te reconstrueren. Rond categorieën in een tabel afzonderlijk af, dan kan de som 99,9% of 100,1% worden. Dat is niet per se een rekenfout. Noteer de afronding of pas een transparante verdeelmethode toe wanneer de getoonde categorieën exact 100% moeten vormen. Bewaar in je bronbestand altijd de ongeronde waarden voor latere controles, nieuwe berekeningen en zorgvuldig hergebruik.

Veelgestelde vragen over procenten berekenen

Hoe bereken ik welk percentage € 45 van € 180 is?

Deel 45 door 180 en vermenigvuldig met 100. De verhouding is 0,25 en dus 25%. In Excel kan dat met =45/180 en procentopmaak, of met =45/180*100 wanneer je een gewoon getal 25 wilt tonen.

Waarom zijn 20% korting en daarna 20% verhoging niet gelijk?

De basis verandert. Een prijs van € 100 wordt na 20% korting € 80. Twintig procent verhoging over € 80 is € 16, zodat de prijs op € 96 uitkomt. Om van € 80 terug naar € 100 te gaan is een verhoging van 25% nodig.

Hoeveel procent is een verdubbeling?

Van 50 naar 100 is een stijging van 100%, omdat het verschil van 50 gelijk is aan de oude waarde van 50. De nieuwe waarde is 200% van het origineel. “100% stijging” en “200% van de oorspronkelijke waarde” beschrijven dus hetzelfde eindpunt vanuit een andere formulering.

Kan een procentuele daling lager zijn dan −100%?

Bij een gewone hoeveelheid die niet onder nul kan komen, is −100% het punt waarop niets overblijft. Financiële waarden, saldi of veranderingen die wel negatief kunnen worden, kunnen rekenkundig onder −100% uitkomen. Leg dan expliciet uit wat een negatieve eindwaarde in die context betekent.

Hoe reken ik een percentage terug naar het oorspronkelijke bedrag?

Deel het eindbedrag door de overgebleven of nieuwe factor. Na 30% korting deel je door 0,70. Na 30% stijging deel je door 1,30. Vul in de calculator het eindbedrag en de positieve of negatieve wijziging in bij “oorspronkelijk getal”.

References

  1. OpenStax. (2023). Understanding percent.
  2. Microsoft. (n.d.). Format numbers as percentages in Excel.
Scroll naar boven