Kinderalimentatie Calculator: Behoefte en Draagkracht

Kinderalimentatie berekenen met draagkracht en zorgkorting 2026

Bereken een Nederlandse 2026-indicatie voor de bijdrage van de ouder zonder hoofdverblijf. De module gebruikt de officiële lage-inkomenstabellen of de 70%-draagkrachtformule, telt kindgebonden budget bij het NBI, verdeelt de behoefte naar draagkracht en past zorgkorting aan wanneer de ouders samen onvoldoende draagkracht hebben. De behoefte van de kinderen neem je over uit een onderbouwde behoeftetabelberekening.

Bereken de bijdrage van ouder B aan ouder A

Kinderen met dezelfde gezamenlijke behoefte
Eigen aandeel ouders uit de 2026-behoeftetabel
Percentage van de totale behoefte
Ouder bij wie kinderen hoofdverblijf hebben
Wordt bij NBI voor draagkracht opgeteld
Andere tabelgrenzen en basisbedrag
Alleen niet-vermijdbare aanvaarde lasten
Ouder die de berekende bijdrage betaalt
Ook fictief budget kan in bijzondere situatie spelen
Stuurt de juiste 2026-tabel
Officieel voorbeeld gebruikt €200
Voor wettelijke indexering 4,6%

Drie stappen in een kinderalimentatieberekening

De aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie werken in hoofdlijnen met behoefte, draagkracht en verdeling. Eerst wordt vastgesteld welk bedrag de kinderen nodig hebben. Daarna wordt berekend hoeveel iedere ouder kan bijdragen op basis van het actuele netto besteedbaar inkomen. Als de gezamenlijke draagkracht voldoende is, wordt de behoefte naar verhouding verdeeld. Ten slotte vermindert de zorgkorting doorgaans het geldbedrag dat de ouder zonder hoofdverblijf overmaakt.

De aanbevelingen vergroten voorspelbaarheid, maar zijn geen wet. Een rechter kan afwijken wanneer feiten dat rechtvaardigen. Deze calculator volgt de kernformules en de gepubliceerde tabelgrenzen voor 2026. Hij berekent niet zelfstandig het NBI uit bruto loon, de behoefte uit alle leeftijden of de juridische aanvaardbaarheid van lasten.

Behoefte van de kinderen invoeren

Voor minderjarige kinderen wordt het eigen aandeel van ouders gewoonlijk afgeleid uit het netto besteedbaar gezinsinkomen tijdens het samenleven, het aantal kinderen en hun leeftijden. De 2026-behoeftetabel houdt al rekening met kinderbijslag. Ligt het gezinsinkomen tussen twee tabelbedragen, dan wordt het eigen aandeel naar rato verhoogd. De volledige tabel is uitgebreider dan één betrouwbare formule en wordt daarom niet nagebootst.

Vul de gezamenlijke maandbehoefte uit een onderbouwde tabelberekening in. Voor kinderen van 18 tot 21 jaar gelden andere uitgangspunten; bij studenten kan de Wsf-norm richting geven en structureel eigen inkomen kan behoefte verlagen. Groepeer alleen kinderen wanneer dezelfde ouders, behoefteberekening en verdelingsstap van toepassing zijn.

NBI plus kindgebonden budget

De draagkracht wordt bepaald met het netto besteedbaar inkomen op het moment dat alimentatie ingaat of wijzigt. Het kindgebonden budget dat een ouder na scheiding ontvangt, wordt bij diens NBI geteld. Daarom staan NBI en KGB apart. Bij het standaardvoorbeeld heeft ouder A €2.000 NBI en €400 KGB, zodat de draagkrachtgrondslag €2.400 is.

Bruto loon is niet hetzelfde als NBI. Vakantiegeld, bonus, fiscale kortingen, pensioenpremie, onderneming, uitkering en toeslagen kunnen het netto besteedbare bedrag beïnvloeden. Gebruik een actuele alimentatie-NBI-berekening. Kinderbijslag wordt niet nogmaals bij het NBI opgeteld wanneer de behoeftetabel haar al verwerkt.

Draagkracht tot de AOW-leeftijd in 2026

Bij NBI plus KGB tot en met €1.950 geldt in de tabel een minimumdraagkracht van €25 voor één kind en €50 voor twee of meer kinderen. Tussen €1.950 en €2.200 gebruikt Rechtspraak vaste tabelbedragen om sprongen tussen inkomenssegmenten te voorkomen. Vanaf €2.200 geldt de 70%-formule met een woonbudget van 30% van NBI en een gecorrigeerde basis van €1.365.

Draagkracht vóór AOW vanaf €2.200 = 70% × maximaal nul van [NBI inclusief KGB − (30% × NBI inclusief KGB + €1.365 + noodzakelijke extra lasten)].

NBI inclusief KGBDraagkracht 2026 vóór AOW
Tot en met €1.950€25 bij één kind; €50 bij twee of meer
Meer dan €1.950 tot €2.000€50
Meer dan €2.000 tot €2.050€77
Meer dan €2.050 tot €2.100€96
Meer dan €2.100 tot €2.150€109
Meer dan €2.150 en minder dan €2.200€116
Vanaf €2.20070%-formule met €1.365

Andere tabel vanaf de AOW-leeftijd

Na het bereiken van de AOW-leeftijd liggen de drempels en basisbedragen hoger. Tot en met €2.180 geldt de minimumdraagkracht. Daarna volgen vaste bedragen €51, €77, €97, €109 en €116 in stappen van €50. Vanaf €2.430 gebruikt de formule €1.525 als gecorrigeerde basis, naast 30% woonbudget en aanvaarde extra lasten.

De AOW-selectie geldt per ouder. Het is dus mogelijk dat ouder A de AOW-tabel gebruikt en ouder B nog de tabel vóór AOW. Controleer de ingangsdatum: een verjaardag midden in een berekeningsperiode kan aanleiding zijn om twee perioden te onderscheiden.

Draagkrachtvergelijking

Wanneer de gezamenlijke draagkracht groter is dan de behoefte, draagt elke ouder een evenredig deel. In het Rechtspraak-voorbeeld zijn de ongeronde draagkrachten €220,50 en €178,50, samen €399. Bij behoefte €350 is het aandeel van ouder B ongeveer €156,58, afgerond €157. Ouder A draagt het overige deel in het eigen huishouden.

Aandeel ouder B = draagkracht B ÷ gezamenlijke draagkracht × behoefte, wanneer de draagkracht voldoende is. Bij een tekort draagt iedere ouder in beginsel maximaal de eigen draagkracht.

Een nieuwe partner telt bij de standaarddraagkracht voor kinderalimentatie niet mee, omdat van een kind niet wordt verwacht dat het zelf in levensonderhoud voorziet. Stiefouderplicht, meerdere gezinnen en rangorde tussen kinderen kunnen een uitgebreidere verdeling nodig maken.

Zorgkorting van 5%, 15%, 25% of 35%

De zorgkorting vergoedt verblijfskosten die ouder B maakt wanneer de kinderen daar zijn. De richtlijn gebruikt 5% bij minder dan één dag per week, 15% bij gemiddeld één dag, 25% bij twee dagen en 35% bij drie dagen. Het percentage wordt toegepast op de volledige behoefte, niet op alleen het aandeel van ouder B.

Bij voldoende gezamenlijke draagkracht wordt de volledige zorgkorting van het aandeel van ouder B afgetrokken. In het voorbeeld is 15% van €350 gelijk aan €52,50. Het aandeel van ongeveer €156,58 daalt naar circa €104 per maand. Verblijfsoverstijgende kosten zoals schoolgeld, kleding en sport worden doorgaans door de ouder met hoofdverblijf betaald.

Zorgkorting bij draagkrachttekort

Wanneer ouders samen de behoefte niet kunnen dragen, blijft de zorgkorting niet automatisch volledig gelden. Uitgangspunt is dat ieder de helft van het tekort draagt. De helft van het tekort wordt daarom van de berekende zorgkorting afgetrokken. Is de halve tekortpost groter dan de zorgkorting, dan wordt geen zorgkorting op de betaling toegepast.

Bij behoefte €475, gezamenlijke ongeronde draagkracht €399 en 15% zorgkorting is het tekort €76. De helft is €38 en de resterende korting ongeveer €33. Ouder B betaalt dan ongeveer €145. Bij behoefte €775 is de halve tekortpost groter dan de zorgkorting; ouder B betaalt de volledige draagkracht van ongeveer €179.

Noodzakelijke extra lasten

Een niet verwijtbare en niet vermijdbare last kan de draagkracht beïnvloeden. Het officiële voorbeeld geeft ouder B €200 extra lasten. Niet iedere schuld, luxe-uitgave of hoge woonlast wordt aanvaard. Gebruik het veld alleen wanneer een mediator, advocaat of rechter de last in de kernberekening zou meenemen.

Bij lage inkomens beveelt de tabel vaste draagkrachtbedragen aan. Het rapport noemt dat bij bijzondere lasten in plaats daarvan de formule voor het betreffende segment nodig kan zijn. Deze module houdt de gepubliceerde vaste tabel aan en waarschuwt daarom dat lage-inkomenssituaties met extra lasten professioneel moeten worden herberekend.

Indexering en looptijd

Het wettelijke indexeringspercentage voor alimentatie bedraagt in 2026 4,6%. Een bestaand bedrag van €100 wordt €104,60 vanaf 1 januari 2026, tenzij een rechtsgeldige uitzondering geldt. Voor oudere beschikkingen pas je ieder jaarpercentage achtereenvolgens toe. De indexeringsuitkomst staat los van een volledige herberekening door gewijzigd inkomen of zorg.

Ouders blijven financieel verantwoordelijk voor levensonderhoud en studie tot een kind 21 jaar is. Vanaf 18 jaar is het kind in beginsel zelf gerechtigde en kunnen andere behoeftenormen gelden. Na 21 jaar bestaat alleen in bijzondere behoeftigheid nog een onderhoudsplicht. Maak bij meerderjarigheid nieuwe betaalafspraken met het kind.

Controlelijst voor een bruikbare berekening

  1. Bepaal de behoefte met het juiste gezinsinkomen, kindertal, leeftijden en de 2026-tabel.
  2. Bereken voor iedere ouder actueel NBI en voeg het juiste kindgebonden budget toe.
  3. Documenteer bijzondere lasten en controleer of de vaste lage-inkomenstabel nog passend is.
  4. Leg zorgdagen, vakanties en de ouder met hoofdverblijf duidelijk vast.
  5. Controleer tekortverdeling, indexering en ingangsdatum per afzonderlijke periode.
  6. Laat een afspraak juridisch vastleggen en herbereken bij wezenlijke wijzigingen.

Veelgestelde vragen over kinderalimentatie berekenen

Is kindgebonden budget onderdeel van het NBI?

Voor de draagkrachtberekening wordt het na scheiding ontvangen kindgebonden budget bij het NBI van die ouder geteld. Vul het daarom apart in. De behoefte wordt niet simpel met hetzelfde bedrag verlaagd.

Waarom gebruikt de calculator een ingevoerde behoefte?

De officiële behoefte hangt af van gezinsinkomen, aantal kinderen en leeftijden en wordt uit een uitgebreide tabel afgeleid. Een enkelvoudige formule zou onbetrouwbaar zijn. Neem een onderbouwd 2026-tabelbedrag over.

Hoe werkt zorgkorting bij co-ouderschap?

Ook bij co-ouderschap wordt naar verhouding van draagkracht verdeeld en wordt zorgkorting verwerkt. Drie dagen gemiddelde zorg correspondeert doorgaans met 35%, maar hoofdverblijf en betaling van verblijfsoverstijgende kosten blijven relevant.

Kan kinderalimentatie nul zijn bij laag inkomen?

De 2026-tabel noemt bij de laagste NBI’s een minimumdraagkracht van €25 voor één kind en €50 voor twee of meer. Participatiewet, bijzondere lasten of onaanvaardbare uitkomst kunnen nadere beoordeling vragen.

Hoeveel stijgt kinderalimentatie in 2026?

De wettelijke indexering is 4,6%. Controleer of het oude bedrag al eerdere indexeringen bevat en of de beschikking geen geldige afwijking vermeldt.

Tot welke leeftijd moet ik betalen?

Ouders hebben een onderhoudsplicht tot 21 jaar. Vanaf 18 jaar verandert de positie van het kind en kunnen studienorm, eigen inkomen en rechtstreekse betaling relevant worden.

References

Scroll naar boven