Rente op rente berekenen
Bereken hoe een startbedrag en maandelijkse inleg kunnen groeien wanneer iedere maand rente aan het saldo wordt toegevoegd. De uitkomst splitst eigen inleg en berekende groei, laat de koopkracht na inflatie zien en maakt met tussenstanden zichtbaar wanneer het rente-op-rente-effect echt gewicht krijgt. Het is een constant rekenscenario, geen voorspelling van een spaarrekening of belegging.
Bereken samengestelde groei
Groei per mijlpaal
| Moment | Eigen inleg | Saldo | Groei |
|---|---|---|---|
| Na 1 jaar | € 12.400,00 | € 12.967,39 | € 567,39 |
| Na 5 jaar | € 22.000,00 | € 26.434,80 | € 4.434,80 |
| Na 10 jaar | € 34.000,00 | € 47.526,55 | € 13.526,55 |
| Na 15 jaar | € 46.000,00 | € 74.594,83 | € 28.594,83 |
| Na 20 jaar | € 58.000,00 | € 109.333,14 | € 51.333,14 |
De berekening gebruikt 5% nominale jaarrente gedeeld door twaalf en houdt dit maandpercentage twintig jaar constant. Kosten, belasting, tariefwijzigingen en koersschommelingen zijn niet verwerkt.
Wat betekent rente op rente?
Rente op rente ontstaat zodra eerder ontvangen rente in het saldo blijft en daarna zelf rente oplevert. In de eerste maand is de vergoeding alleen gebaseerd op het startbedrag. In een latere maand bestaat de grondslag uit het startbedrag, alle gestorte bedragen én alle eerder toegevoegde rente. Daardoor groeit het rentebedrag geleidelijk, zelfs wanneer het percentage en de inleg onveranderd blijven.
Dat proces heet samengestelde rente of kapitalisatie. Het verschil met enkelvoudige rente is wezenlijk. Bij enkelvoudige rente blijft alleen de oorspronkelijke hoofdsom de basis. Deze pagina past juist iedere maand het saldo aan. Wie uitsluitend rente over een constant bedrag en een afgebakende periode wil vinden, gebruikt de aparte calculator voor enkelvoudige rente.
De formule achter de berekening
Eindwaarde = startkapitaal × (1 + maandrente)aantal maanden + maandinleg × [((1 + maandrente)aantal maanden − 1) ÷ maandrente]. Bij inleg aan het begin wordt alleen het inlegdeel nog met (1 + maandrente) vermenigvuldigd.
De maandrente is de ingevoerde nominale jaarrente gedeeld door twaalf en honderd. Vijf procent wordt dus 0,05/12. Bij nul procent is delen door de maandrente niet mogelijk; de module gebruikt dan rechtstreeks startkapitaal plus het aantal stortingen maal de maandinleg. De zichtbare bedragen worden op centen afgerond, maar alle tussenstappen houden meer decimalen vast.
Controlevoorbeeld met € 10.000 en € 200 per maand
Met € 10.000 startkapitaal, vijf procent nominale jaarrente, twintig jaar en € 200 aan het einde van iedere maand is de eigen inleg € 58.000. Dat bestaat uit de eerste € 10.000 en 240 stortingen van € 200. Het berekende eindkapitaal is ongeveer € 109.333,14. Het verschil van € 51.333,14 is samengestelde groei in het constante scenario.
Na het eerste jaar is de groei nog ongeveer € 567,39. Na tien jaar is zij circa € 13.526,55 en na twintig jaar € 51.333,14. Het effect versnelt omdat het gegroeide saldo steeds de basis voor een nieuwe maand vormt. De tabel is daarom nuttiger dan alleen het eindbedrag: zij laat zien hoeveel van de uitkomst tijd nodig heeft.
Nominale en effectieve jaarrente
Een nominale jaarrente van vijf procent die maandelijks wordt gekapitaliseerd, betekent een maandpercentage van 5/12 procent. Twaalf opeenvolgende maanden leveren door de tussentijdse bijschrijving een effectieve jaarrente van ongeveer 5,1162 procent. De effectieve waarde volgt uit (1 + 0,05/12) tot de macht twaalf, minus één.
Een aanbieder kan een rente op een andere manier presenteren. Controleer of een percentage nominaal of effectief is en hoe vaak rente wordt bijgeschreven. Voer een al effectieve jaarrente niet zonder aanpassing in als nominale rente, want dan wordt het effect dubbel verwerkt. Productvoorwaarden horen leidend te zijn boven een algemene rekenaanname.
Begin of einde van de maand storten
Een storting aan het einde van de maand ontvangt in diezelfde maand geen groei in dit model. Bij een storting aan het begin staat elke maandinleg één maand langer op de rekening. In het standaardvoorbeeld verhoogt dat het eindkapitaal naar ongeveer € 109.675,66. Het verschil lijkt per storting klein, maar telt over 240 stortingen op.
Een echte automatische incasso kan op een wisselende werkdag worden verwerkt. Dagelijkse renteberekening, weekenden en valutadata kunnen daardoor een iets ander bedrag geven. Gebruik de timingkeuze voor planning, niet om een bankafschrift tot op de cent te reconstrueren. Voor die controle zijn alle boekingsdatums en het werkelijke tariefverloop nodig.
Inflatie en koopkracht
Een hoger eurosaldo betekent niet automatisch dezelfde stijging van koopkracht. De module deelt het toekomstige saldo door (1 + inflatie) tot de macht van het aantal jaren. Bij twee procent inflatie vertegenwoordigt € 109.333 over twintig jaar ongeveer € 73.578 in euro’s van het startmoment. Dit is een scenario met ieder jaar dezelfde inflatie, geen voorspelling.
De reële ontwikkeling hangt af van rendement, kosten, belasting en inflatie samen. Als het rendement lager is dan de inflatie kan het nominale saldo stijgen terwijl koopkracht daalt. Vergelijk doelen zoals een studie, verbouwing of pensioen daarom bij voorkeur zowel in toekomstige euro’s als in de koopkracht van vandaag.
Sparen is niet hetzelfde als beleggen
Bij sparen kan de rente variabel zijn of voor een deposito tijdelijk vaststaan. Bij beleggen is de opbrengst geen overeengekomen rente: koersen en uitkeringen kunnen stijgen en dalen en een eindwaarde kan lager zijn dan de totale inleg. Eén constant percentage is bij beleggen slechts een rekenscenario voor doelplanning.
De AFM adviseert bij sparen ook de voorwaarden te vergelijken en vast te stellen dat het product werkelijk sparen is. Kijk onder meer naar opneembaarheid, looptijd en rentevoorwaarden. Gebruik voor een beleggingsbeslissing meerdere scenario’s, waaronder een ongunstig scenario, en beoordeel risico, spreiding, horizon en kosten apart.
Kosten hebben zelf ook een samengesteld effect
Een jaarlijkse beheer- of productkost verlaagt niet alleen het resultaat van één jaar. Het niet verdiende bedrag kan in latere jaren evenmin meegroeien. Daardoor kan een ogenschijnlijk klein kostenverschil bij een lange looptijd materieel worden. Deze calculator heeft geen afzonderlijk kostenveld, omdat kosten op verschillende grondslagen en momenten kunnen worden ingehouden.
Wil je een netto scenario onderzoeken, voer dan alleen een rendement in dat al na de verwachte kosten is bepaald en noteer die aanname. Trek een kostenpercentage niet blind af als er vaste eurokosten, transactiekosten of een prestatievergoeding gelden. Maak bij aanbiedingen een vergelijking op basis van dezelfde netto grondslag.
Box 3 en netto vermogen
De berekende groei is bruto en trekt geen Nederlandse vermogensbelasting af. Of box 3 speelt, hangt af van het totale vermogen op de peildatum, schulden, vrijstellingen, fiscale partner en de regels van het betreffende belastingjaar. Een berekening over twintig jaar kan bovendien niet aannemen dat de fiscale methode al die jaren gelijk blijft.
Gebruik de actuele informatie van de Belastingdienst en de afzonderlijke box 3-calculator voor een jaarschatting. Verwerk een verwachte belasting niet als willekeurige lagere rente zonder vast te leggen hoe die is bepaald. Een jaarlijkse betaling uit het saldo verlaagt immers de basis voor alle volgende jaren en vraagt een kasstroomsimulatie.
Nederlandse depositogarantie
De Nederlandse Depositogarantie beschermt volgens De Nederlandsche Bank geld op gedekte bankrekeningen van één cent tot en met € 100.000 per persoon per bank. Dat bedrag ziet op het totaal bij dezelfde bank, niet op iedere rekening afzonderlijk. Merknamen kunnen onder dezelfde bankvergunning vallen en samen worden geteld.
De garantie maakt een rentepercentage niet vast en beschermt geen gewone beleggingen tegen koersverlies. Controleer bij de bank of rekeninghouder en product onder het stelsel vallen. Bij een verwacht saldo boven € 100.000 is het zinvol om de bankstructuur en tijdelijke aanvullende bescherming bij bijzondere gebeurtenissen afzonderlijk te onderzoeken.
Variabele rente in scenario’s verwerken
Deze tool gebruikt één percentage voor alle maanden. Voor een variabele spaarrekening kun je beter meerdere berekeningen maken: bijvoorbeeld een laag, midden- en hoog tarief. Een nauwkeuriger historische controle splitst de looptijd op wanneer het tarief wijzigt. Het eindsaldo van de ene periode wordt dan startkapitaal van de volgende.
Verander niet tegelijk rente, inleg en looptijd wanneer je wilt begrijpen welke factor het verschil veroorzaakt. Houd twee variabelen gelijk en wijzig er één. Zo zie je of eerder starten, maandelijks meer storten of een ander nettorendement de grootste invloed heeft op het doelbedrag.
Waarom tijd vaak belangrijker wordt dan verwacht
Samengestelde groei beloont een lange ononderbroken periode. Een extra jaar voegt niet alleen twaalf stortingen toe, maar laat het bestaande saldo twaalf keer verder groeien. Het laatste jaar kan daardoor veel meer rekenrente opleveren dan het eerste jaar. Dat is geen gratis winst: de uitkomst hangt volledig af van het veronderstelde rendement.
Wie later begint, kan een doel soms compenseren met een hogere maandinleg, maar de benodigde verhoging kan fors zijn. Gebruik de calculator iteratief: vul eerst de beschikbare looptijd in, verhoog vervolgens de inleg totdat het gewenste scenario verschijnt en toets daarna of die maandlast duurzaam past bij de buffer en andere verplichtingen.
Negatieve rente en nulrendement
De module accepteert een negatieve jaarrente tot boven min honderd procent, zodat ook een scenario van waardedaling of bewaarloon kan worden onderzocht. Iedere maand wordt dan een fractie van het saldo afgetrokken. Regelmatige inleg kan het eindsaldo nog steeds laten stijgen, terwijl de berekende groei ten opzichte van de inleg negatief is.
Bij nul procent is het eindbedrag exact de som van startkapitaal en stortingen. Dat vormt een nuttige nulmeting. Het verschil tussen het nulscenario en een positief scenario laat de bijdrage van de rekenrente zien; het verschil is geen gegarandeerde opbrengst en houdt geen risicovergoeding of belasting in.
Een doelkapitaal verantwoord plannen
Begin met het bedrag in euro’s van vandaag en vertaal dit met een eigen inflatieaanname naar de toekomstige doelwaarde. Kies vervolgens een voorzichtig netto rendement en een haalbare inleg. Bouw daarnaast een direct beschikbare buffer op; een langlopend deposito of risicodragende belegging is niet automatisch geschikt voor onverwachte uitgaven.
Herbereken minstens jaarlijks met de werkelijke stand, resterende looptijd en actuele voorwaarden. Een achterstand hoeft niet direct tot een agressiever rendementsscenario te leiden. Je kunt ook het doel, de inleg of de datum aanpassen. Het beslissingskader is belangrijker dan één fraai eindbedrag.
Veelgemaakte rekenfouten
Een veelvoorkomende fout is vijf procent als het getal 5 in de formule gebruiken in plaats van 0,05. Een tweede fout is de maandinleg behandelen alsof het volledige bedrag al twintig jaar aanwezig was. Iedere storting heeft een eigen resterende looptijd. De annuïteitenformule in deze pagina verwerkt dat verschil.
Andere fouten zijn nominale en effectieve rente verwisselen, kosten negeren, inflatie van het saldo aftrekken in plaats van correct disconteren en een constante beleggingsopbrengst als zekerheid presenteren. Controleer bovendien of inleg aan begin of einde van de periode plaatsvindt en of het percentage vóór of na kosten is.
Veelgestelde vragen over rente op rente berekenen
Hoe bereken ik rente op rente?
Vermenigvuldig het saldo per kapitalisatieperiode met één plus de perioderente. Voor maandelijkse inleg wordt iedere storting alleen over haar eigen resterende maanden gegroeid. De calculator combineert beide delen automatisch.
Wat is het verschil tussen nominale en effectieve rente?
Nominale jaarrente wordt hier door twaalf gedeeld. De effectieve jaarrente bevat het effect van twaalf maandelijkse bijschrijvingen en is daardoor bij een positieve rente iets hoger.
Waarom is mijn bankbedrag anders?
Een bank kan dagelijks rekenen, tarieven wijzigen, op andere datums boeken, afronden of voorwaarden toepassen. Deze module gebruikt één vast maandpercentage en vaste maandstortingen.
Zijn belastingen en kosten inbegrepen?
Nee. De uitkomst is bruto. Kosten kunnen anders worden geheven per product en box 3 hangt af van je totale fiscale situatie en het betreffende jaar.
Is vijf procent rendement gegarandeerd?
Nee. Een spaarrente kan wijzigen en een beleggingsrendement kan positief of negatief zijn. Het ingevoerde percentage is uitsluitend een constant scenario.
Waarom wordt inflatie apart getoond?
Inflatie verandert niet het nominale banksaldo, maar wel wat je ermee kunt kopen. De koopkrachtwaarde maakt het eindbedrag vergelijkbaar met euro’s op het startmoment.
References
Voor het vergelijken van rente, voorwaarden en het onderscheid tussen sparen en beleggen is AFM: Sparen geraadpleegd. De actuele dekking en grens van de Nederlandse Depositogarantie zijn gecontroleerd bij De Nederlandsche Bank: Nederlandse Depositogarantie. Voor fiscale beoordeling verwijst deze pagina naar Belastingdienst: box 3. Achtergrond over koopkracht en prijsontwikkeling is gecontroleerd bij De Nederlandsche Bank: inflatie. Bronnen geraadpleegd op 16 juli 2026.